Wat verandert er door het nieuwe Strafwetboek voor de private veiligheidssector?

SERIS-Security-mobiele-bewaking-Ronde

Op 23 juni 2026 werd een harmonisatiewet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet heeft tot doel verschillende bestaande wetgevingen af te stemmen op het nieuwe Strafwetboek, dat naar verwachting op 1 september 2026 in werking zal treden.

Ook de Wet tot regeling van de Private en Bijzondere Veiligheid wordt op een aantal punten aangepast. Een eerste wijziging betreft artikel 37, eerste lid, van de Wet Private Veiligheid, dat betrekking heeft op de vergunningsvoorwaarde voor rechtspersonen. Voortaan wordt bepaald dat een rechtspersoon niet veroordeeld mag zijn geweest, zelfs niet met uitstel, tot een straf van niveau 1 tot en met 8. Voor de Harmonisatiewet sprak de Wet op de Private en Bijzondere Veiligheid hier over “een correctionele of criminele straf”. Ook deze wijziging houdt rechtstreeks verband met de nieuwe indeling van misdrijven en straffen in acht niveaus binnen het nieuwe Strafwetboek.


In dezelfde lijn werd artikel 61 aangepast, dat de persoonsvoorwaarden regelt. De eerste voorwaarde bepaalt voortaan dat de betrokkene niet veroordeeld mag zijn geweest, zelfs niet met uitstel, tot een straf van niveau 1 tot en met 8 zoals bedoeld in artikel 38 van het Strafwetboek, of tot een gelijkaardige straf in het buitenland. Uitzonderingen blijven bestaan voor veroordelingen wegens inbreuken op de regelgeving betreffende de politie over het wegverkeer en voor veroordelingen wegens overtredingen van artikel 218 van het Strafwetboek.


Verder werd een technische aanpassing doorgevoerd met betrekking tot het opsporen van onbevoegden die zich verborgen houden in of aan voertuigen op nucleaire sites of ISPS-havenfaciliteiten. Voor de omschrijving van het begrip “onbevoegden” verwees de wetgever tot op heden naar de artikelen 488quinquies en 546/1 van het Strafwetboek. Hoewel de inhoudelijke verwijzing behouden blijft, wijzigen de artikelnummers als gevolg van de invoering van het nieuwe Strafwetboek. De harmonisatiewet vervangt deze verwijzingen dan ook door de artikelen 418 en 419 van het nieuwe Strafwetboek.


Tot slot voegt de harmonisatiewet een nieuw artikel 275/1 in. Dit artikel bevat een overgangsregeling die bepaalt dat veroordelingen tot correctionele of criminele straffen gelijkgesteld worden met veroordelingen tot straffen van niveau 1 tot en met 8. Op die manier wordt de continuïteit van de toepassing van de bestaande voorwaarden en uitsluitingsgronden gewaarborgd bij de overgang naar het nieuwe strafrechtelijke systeem.

Samenvattend

Wet Private Veiligheid 02/10/2017

  • Art. 37, eerste lid: Indien de onderneming een rechtspersoon is, mag ze niet veroordeeld geweest zijn tot een correctionele of criminele straf, zoals bedoeld in artikel 7bis van het Strafwetboek.
  • Art. 61, eerste lid: Niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot enige correctionele of criminele straf, zoals bedoeld in artikel 7 van het Strafwetboek of tot een gelijkaardige straf in het buitenland behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer.
  • Art. 144, eerste lid: Bewakingsagenten kunnen op nucleaire sites of in ISPS havenfaciliteiten, bij de uitoefening van de bewakingsactiviteit, bedoeld in artikel 3, 13°, door middel van detectiemiddelen nagaan of onbevoegden, zoals bedoeld in artikel 546/1 en 488quinquies van het Strafwetboek, zich verborgen houden in of aan voertuigen.

Harmonisatiewet 13/05/2026

  • Indien de onderneming een rechtspersoon is, mag ze niet veroordeeld zijn geweest, zelfs niet met uitstel, tot enige straf van niveau 1 tot en met 8 zoals bedoeld in artikel 38 van het Strafwetboek, of tot een gelijkaardige straf in het buitenland, behoudend veroordelingen wegens inbreuken op de regelgeving betreffende de politie over het wegverkeer en veroordelingen wegens inbreuken op artikel 218 van het Strafwetboek.
  • Niet veroordeeld zijn geweest, zelfs niet met uitstel, tot enige straf van niveau 1 tot en met 8 zoals bedoeld in artikel 36 van het Strafwetboek, of tot een gelijkaardige straf in het buitenland, behoudend veroordelingen wegens inbreuken op de regelgeving betreffende de politie over het wegverkeer en veroordelingen wegens inbreuken op artikel 218 van het Strafwetboek.
  • Bewakingsagenten kunnen op nucleaire sites of in ISPS havenfaciliteiten, bij de uitoefening van de bewakingsactiviteit, bedoeld in artikel 3, 13°, door middel van detectiemiddelen nagaan of onbevoegden, zoals bedoeld in artikel 418 en 419 van het Strafwetboek, zich verborgen houden in of aan voertuigen.
  • NIEUW (!) Art. 275/1. Voor de toepassing van de artikelen 37, eerste lid, 61, eerste lid, en 275, eerste lid, 2°, worden:
    1° de veroordelingen tot correctionele of criminele straffen zoals bedoeld in de artikelen 7 en 7bis van het Strafwetboek van 8 juni 1867, gelijkgesteld met veroordelingen tot straffen van niveau 1 tot 8 zoals bedoeld in de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek aangenomen bij de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek en de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek; 2° de veroordelingen wegens inbreuken op artikel 420, tweede lid, van het Strafwetboek van 8 juni
SERIS-Security-offerte-aanvragen

Veiligheidsadvies voor uw organisatie?